1. (H)erken de jonge mantelzorger
Heb oog voor de betrokken kinderen en jongeren bij de zorgvragers waar je een intake doet of die je ondersteunt. Een jonge mantelzorger is gewend dat het om de zorgvrager draait en dat daar ook vaak naar gevraagd wordt. Ga eens met hen in gesprek en vraag hoe het met hen gaat. Toon belangstelling en vermijd aannames. Kinderen en jongeren hebben vaak behoefte aan een persoon die hen daadwerkelijk hoort en ziet.
2. Wees alert
Wees je ervan bewust dat kinderen en jongeren die met ‘volwassen’ problemen te maken hebben cognitief nog niet in staat zijn te reflecteren op hun eigen situatie en de gevolgen daarvan op hun eigen leven in te zien. Des te belangrijker is het dat professionals hen helpen om inzicht te krijgen in hun situatie. Ieder persoon is onderdeel van een groter systeem. Heb oog voor wat er speelt in het netwerk (ook als je niet hun hulpverlener bent).
3. Bouw aan een relatie
Kinderen en jongeren vertellen niet direct wat hen bezighoudt. Hier is vertrouwen en tijd voor nodig. Kinderen en jongeren kunnen het gevoel hebben hun gezinslid af te vallen wanneer zij spreken over hun situatie. Bouw aan een relatie en creëer ruimte voor een gesprek waarin je openheid biedt om verder te praten. Maak het bespreekbaar, net als andere dagelijkse onderwerpen. Daarmee zorg je ervoor dat kinderen of jongeren er niet alleen voor staan, maar dat ze zich gezien voelen én dat de stap om hulp te vragen kleiner wordt.
4. Ga niet oplossen of overnemen
Jonge mantelzorgers willen vaak niet dat er veel verandert of dat iemand alles overneemt. Hun verhaal kwijt kunnen is al fijn. Vraag de jonge mantelzorger waar hij of zij behoefte aan heeft, naar wat hen kan helpen om te kunnen blijven deelnemen aan de dagelijkse dingen die voor hen belangrijk zijn en kijk sámen wat er mogelijk is.
5. Informeren en/of doorverwijzen
Jonge mantelzorgers vinden het fijn om informatie te krijgen over de ziekte, beperking of stoornis van hun naaste en de ondersteuningsmogelijkheden. Daarmee leren ze inzien waarom hun naaste er niet altijd voor hen kan zijn en weten ze van welk aanbod ze gebruik kunnen maken. Betrek hen waar mogelijk en wenselijk bij het behandelplan van de zorgvrager. Soms kan jij als professional niet de juiste ondersteuning bieden of sluit het niet aan bij jouw werkzaamheden. Help de jonge mantelzorger en het gezin dan verder bij het vinden van de juiste hulp. Denk hierbij ook aan het versterken van het eigen netwerk van het gezin. Zorg voor een warme overdracht en samenwerking.
6. Vraag advies
Als je je zorgen maakt om een kind of jongere die opgroeit als mantelzorger, bespreek dit dan met hen, hun ouders en/of je collega’s. Vraag eventueel advies van een mantelzorgsteunpunt in je gemeente. Klik hier om te kijken welke organisaties in jouw gemeente actief zijn.
Ga op een positieve manier in gesprek
Welke vragen kun je stellen?
- Wat vind je fijn/minder fijn aan het zorgen?
- Wat betekent het zorgen voor een ander voor jou?
- Weten je vrienden dat je zorgt voor een ander en praat je daar wel eens over met hen?
- Praat je er wel eens over met je ouders?
- Zijn er dingen waar je tegenaan loopt, waarbij je hulp zou kunnen gebruiken?
- Wat zou je graag anders zien? Wat of wie heb je hiervoor nodig?
- Zijn er taken die iemand kan overnemen?
“Vraag eerst of we advies willen voordat je met oplossingen komt. Vaak hebben jonge mantelzorgers al veel nagedacht daarover en is een luisterend oor voldoende.”
“Het zou mij geholpen hebben om eerder meer te weten over mijn moeders stoornissen. Om zo beter te kunnen begrijpen wat voor invloed dat had op haar en zo ook op de rest van het gezin.”