Wil jij meer weten over een ziekte als MS of een depressie, een stoornis als autisme of wat er gebeurt met je hersenen bij dementie? Hier lees je het en nog veel meer!

Informatie over ziektebeelden

Me-We ondersteunt jonge mantelzorgers
Het Europese project Me-We is in januari 2018 gestart om te onderzoeken hoe de veerkracht van jonge mantelzorgers versterkt kan worden. Dit doen ze samen met partners uit 10 verschillende landen. Onderstaand overzicht is samengesteld door de initiatiefnemers van het project Me-We.

Hieronder vind je informatie over een aantal gezondheidsproblemen die veel voorkomen in Nederland. Deze gezondheidsproblemen kunnen als gevolg hebben dat een persoon die last heeft van een van de gezondheidsproblemen, minder goed voor zichzelf kan zorgen. Dit kan er toe leiden dat een familie lid voor hem of haar moet zorgen. We zijn ons er van bewust dat er nog veel andere mogelijke gezondheidsproblemen zijn naast de onderstaande.

Houd er rekening mee dat het algemene informatie is en dat deze alleen is bedoeld om jou te helpen om richting te geven wat je zou kunnen doen. De informatie kan nooit het advies van een dokter (of een andere professional) vervangen. Als je twijfelt over symptomen of een ziekte is ons advies om contact op te nemen met je huisarts. Hij of zij kan je helpen bij jouw specifieke situatie.

De informatie die je vindt op deze pagina’s, verwijzen niet naar een specifieke locatie. Als je wilt zoeken naar oplossingen in de stad waar jij (dichtbij) woont, adviseren we dat je de naam van de ziekte waarin je geïnteresseerd bent + de naam van je stad + het woord vereniging in een zoek machine zoals Google. Of zoek op onze site naar een lokale ondersteuningsorganisatie.

De volgende informatie is afkomstig van de ICD-11 en de Zweedse ondersteuningswebsite 1177, die informatie en diensten met betrekking tot gezondheidszorg verzamelt, en UMO, een website voor 13-25 jarigen met informatie over gezondheidsproblemen. Daarnaast is er informatie over CVA van de Amerikaanse Stroke Association (https://www.stroke.org/en/about-stroke/stroke-symptoms).

Kanker

  1. Algemene informatie over de ziekte

Kanker is een gezamenlijke term voor veel verschillende ziekten die in verschillende delen van het lichaam kunnen voorkomen. Verschillende soorten kanker kunnen op verschillende manieren het lichaam aantasten, zijn verschillend in ernst en worden verschillend behandeld. Soorten kanker die vaak voorkomen zijn borstkanker, prostaatkanker of longkanker. Ze hebben één ding gemeen: ze beginnen zich te vormen omdat een of meer cellen (de bouwstenen van het lichaam) veranderen en zich ontwikkelen tot kankercellen.

Kankercellen zijn van nature oncontroleerbaar. Ze delen zich oncontroleerbaar en ten slotte kan een kankertumor zijn gevormd. De kankertumor kan in de weg zitten en op die manier voorkomen dat het lichaam goed functioneert.

1.1 Behandeling

De ontwikkeling van kanker hangt af van het type kanker. De ziekte verschilt ook van persoon tot persoon. Vaak is de mogelijkheid van behandeling groter naarmate de ziekte eerder wordt ontdekt. Dit komt omdat de kankercellen niet zoveel zijn veranderd als in latere stadia van de ziekte. Het zijn de eigenschappen van de kankercellen die bepalen hoe gemakkelijk of moeilijk het is om de ziekte te behandelen. De grootte van de tumor is meestal minder belangrijk.

Hoe meer bekend is over hoe de kankercellen zich gedragen, hoe meer de behandeling kan worden aangepast om deze zo effectief mogelijk te maken en met minder bijwerkingen.

Chirurgie, chemotherapie (die geneesmiddelen zijn die kankercellen doden) of bestraling zijn veel voorkomende manieren om kanker te behandelen. Soms zijn er ook andere behandelingen. Het is gebruikelijk dat verschillende behandelingen tegelijkertijd worden gebruikt.

Behandelingen voor kanker hebben soms bijwerken, zoals vermoeidheid, misselijkheid, huid problemen, verlies van haar, droge mond, verminderde eetlust, maagproblemen, zwelling en pijn.

  • Leven met kanker

Kanker, en de behandeling van kanker, heeft een grote impact op het leven van iemand die kanker heeft. Verdriet, gefrustreerd, piekeren en boosheid komt veel voor. Veel mensen voelen zich gestrest of hebben moeite om zich te concentreren of vergeten veel dingen. Mensen denken ook veel over het verleden en de toekomst.

  1. Wat kun je doen als iemand in je omgeving kanker heeft

Om erachter te komen dat je kanker hebt, is natuurlijk heel moeilijk voor de persoon die ziek is, maar het kan ook moeilijk zijn voor hun dierbaren. Als familielid of geliefde wil je de persoon die ziek is mogelijk helpen en ondersteunen. Daarnaast maak je je zorgen en heb je vaak veel vragen.

2.1 Waar kan je ondersteuning vinden?

Velen die kanker krijgen, kunnen na de behandeling genezen. Het weten dat je ziek bent, kan nog steeds zorgen en vaak een moeilijke tijd met zich meebrengen. Als familielid of vriend van een persoon met kanker, wil je misschien vragen over de ziekte stellen en over je eigen gevoelens praten, maar het is niet altijd duidelijk waar je deze vragen kunt stellen. De zorg in Nederland is in eerste instantie gericht op de persoon die ziek is.

Als je als mantelzorger afspraken in het ziekenhuis kunt bijwonen, heb je de mogelijkheid om de ervaring te delen en dezelfde dingen te zien en horen als degene voor wie je zorgt. Het vergroot ook de mogelijkheid voor jou en de persoon die ziek is om met elkaar te praten en elkaar te ondersteunen. Soms is het niet mogelijk. De persoon die ziek is, wil misschien niet of er kunnen andere redenen zijn waarom je niet kunt komen. Dan kun je misschien je eigen tijd met de arts of de hulpverlener hebben om je eigen vragen over de ziekte te stellen. Maar dan moet de persoon die ziek is eerst zijn / haar toestemming geven.

Meer en meer ziekenhuizen hebben medisch maatschappelijk werkers. Deze mensen hebben kennis van kankerzorg en een speciale verantwoordelijkheid voor het contact tussen de (jonge)mantelzorger en de persoon die ziek is. Als er een medisch maatschappelijk werker werkt waar de persoon die ziek is, wordt opgevangen, kan hij / zij jou ook helpen.

Soms kan ondersteuning afkomstig zijn van onverwachte plaatsen. Hulp of ondersteuning kan bijvoorbeeld komen van iemand die niet zo dicht bij je staat, bijvoorbeeld een buurman of een andere persoon in je omgeving.

Het kan een grote hulp zijn om anderen met dezelfde ervaringen te ontmoeten. Verschillende patiëntenverenigingen hebben groepen voor familieleden en mantelzorgers. Daar kun je vragen stellen of praten over jouw ervaringen.

Je hebt het recht om informatie te krijgen die jij begrijpt

Iedereen die hulp krijgt, kan vragen stellen aan een dokter of therapeut als er iets is wat ze niet begrijpen. Vraag om de informatie op papier te krijgen zodat je het in alle rust nog eens kan nalezen.

 

Alcohol of drugs Verslaving

  1. Algemene informatie over alcohol verslaving

Sommige mensen die alcohol drinken of drugs gebruiken, raken er aan verslaafd. Wanneer ze verslaafd zijn, raken ze gewend aan het middel en kan het heel moeilijk zijn om te stoppen met het nemen van dit middel. Een verslaving leidt vaak tot verschillende issues. Er zijn goede manieren om met een verslaving om te gaan.

Alcohol verslaving komt veel voor. De gewoonte van alcohol drinken en het risico op een verslaving kan worden beïnvloed door verschillende dingen. Het is onmogelijk om te zeggen hoe lang en hoe veel iemand moet drinken om een verslaving te ontwikkelen.

1.1 Behandeling

Als allereerste moet de persoon zelf toegewijd zijn om te stoppen. Wanneer hij of zij zelf heeft besloten om de middelen verslaving te verminderen, moeten ze hun gewoontes veranderen. Er zijn verschillende behandelingen die goed en effectief zijn om middelen verslaving te behandelen.

Het is ook mogelijk om uit de verslaving te komen zonder een speciale behandeling. Een verandering in hun gewoonten, mogelijk met ondersteuning van familieleden of vrienden. Als de persoon professionele hulp wil om de gewoonte aan te pakken, dan zijn er verschillende opties. Er zijn medicijnen of psychologische behandeling. Beiden kunnen effectief zijn. Er is ook een combinatie van verschillende behandelingen mogelijk en als één behandeling niet aanslaat, werkt de ander misschien wel.

  1. Wat kun je doen als iemand in je omgeving een verslaving heeft?

Maak jij je zorgen om iemand die veel alcohol drinkt of drugs gebruikt? Het beste wat je kan doen is praten met deze persoon of met iemand anders. Er is veel hulp mogelijk voor degene die problemen heeft met alcohol of drugs. Jij kunt ook hulp krijgen als je dat wilt.

Het meest belangrijke is om te praten over de problemen. Als eerste kun je proberen om degene aan te spreken over wie je je zorgen maakt. Hier zijn een paar tips:

  • Vertel hem/haar hoe je je voelt wanneer hij/zij alcohol drinkt of drugs neemt. Misschien maakt het jou angstig, bezorgd, boos of verdrietig.
  • Geef voorbeelden van momenten waarop hij/zij zich pijn heeft gedaan of wanneer hij/zij iets slechts heeft gedaan vanwege alcohol of drugs.
  • Probeer hem/haar niet aan te vallen.
  • Praat er over wanneer jullie beide nuchter zijn.
  • Probeer op te schrijven wat je denkt of voelt en geef het aan hem/haar, als dat beter voelt.

2.1 Blijf volhouden

Het is mogelijk dat de persoon boos wordt of zegt dat het geen probleem is. Ondanks deze reactie is het nog steeds erg belangrijk dat jij vertelt hoe je je voelt. Dit laat zien dat je om de persoon geeft.

Praat opnieuw met elkaar als niets veranderd. Misschien voel je je moe, maar het kan soms even duren voordat de persoon realiseert dat hij/zij heeft een probleem heeft.

2.2 Vraag anderen om hulp

Vertel het aan iemand die je vertrouwt als je dat een goed gevoel geeft, of als je hulp nodig hebt. Je hoeft niet alleen te zijn met jou zorgen. Je kan het bijvoorbeeld vertellen aan een vriend, een ouder, een familielid of iemand die op je school werkt. Dan kan je hulp krijgen en uitvinden wat te doen.

Je kan bijvoorbeeld ook contact opnemen met iemand van kopstoring.nl of je huisarts. Zij kunnen je helpen of tips geven wat je kan doen. Je kan op deze manier ook iemand vragen om met de persoon waarover jij je zorgen maakt, te praten. De mensen van kopstoring.nl of je huisarts hoeft niet te zeggen dat jij degene was die het hen heeft verteld.

2.3 Dicht bij iemand staan die geen hulp wil

Het betekent veel dat je, als naaste familielid, er bent voor diegene die zich slecht voelt. Dat je luistert, laat zien dat je om ze geeft en je ze hulp biedt, is belangrijk voor hen om zich beter te voelen. Maar als de persoon zelf geen behandeling wil ontvangen, kun je hem waarschijnlijk niet zover krijgen.

Dit geldt ook voor mensen die jonger zijn dan 18 jaar. Het kan een hele moeilijke situatie voor je zijn. Probeer de wens van de persoon te respecteren. Wat je kunt doen, is blijven praten over hoe het gaat.

2.4 Je hebt het recht om informatie te krijgen die jij begrijpt

Iedereen die hulp krijgt, kan vragen stellen aan een dokter of therapeut als er iets is wat ze niet begrijpen. Vraag of je de informatie op papier kunt krijgen, zodat je het in alle rust nog eens kan nalezen.

2.5 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die een verslaving heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken. Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die de verslaving heeft er helemaal niet over wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

 

 

 

 

Psychische gezondheid

  1. Algemene informatie over psychische stoornissen

Het komt vaak voor dat mensen zich tijdens het leven een paar keer psychisch ziek voelen. Vaak kun je dit niet aan de buitenkant zien. Maar soms kan degene die zich slecht voelt, wel erg veranderen in zijn/haar gedrag en een heel moeilijke tijd hebben. Soms weet de persoon die zich slecht voelt, dat er iets mis is, maar niet in alle gevallen. Meestal gaat het vrij snel voorbij, maar soms kan degene die zich slecht voelt, zich lange tijd zo voelen.

Er zijn veel verschillende soorten psychische stoornissen. Bijvoorbeeld depressie, angst stoornis, paniek aanvallen, gedachtes aan zelfmoord, post-traumatische stress syndroom, vermoeidheidssyndroom, obsessieve compulsieve stoornis, borderline, bipolaire stoornis, psychoses of schizofrenie.

1.1 Een psychische ziekte uit zich op veel verschillende manieren

  • Sommige mensen zijn erg verdrietig of zien dingen op een negatieve manier.
  • Sommige mensen zijn erg snel boos of geïrriteerd.
  • Het komt veel voor dat mensen zich terugtrekken en ongeïnteresseerd lijken in veel dingen.
  • Veel mensen slapen te weinig of te veel.
  • Soms kan het moeilijk zijn voor mensen met een psychische ziekte, om met dingen om te gaan, zoals naar werk gaan, schoon maken of met andere mensen afspreken.
  • Sommige mensen drinken te veel alcohol of gebruiken drugs.

Ieder mens kan op een andere manier uiten.

  1. Wat kun je doen als iemand in je omgeving een psychische stoornis heeft?

Het is moeilijk wanneer iemand van wie je houdt, zich niet goed voelt. Dit kan ook moeilijk voor jou zijn. Het kan impact hebben op je dagelijkse leven en hoe je je voelt op verschillende manieren:

  • Je kan je verdrietig, eenzaam of boos voelen en moeite hebben om je te concentreren.
  • Degene die zich slecht voelt, lijkt even niet zo veel om jou te geven of kan geen dingen met jou doen.
  • Je kan je zorgen maken dat de persoon zich vreemd gedraagt.
  • Je bent misschien bang om degene die zich slecht voelt, alleen te laten. Hierdoor kun je denken dat het moeilijk is om het huis te verlaten.
  • Het kan thuis rommelig of niet opgeruimd zijn.
  • Iemand die zich slecht voelt, kan boos, verdrietig of geïrriteerd reageren op jou, ook al heb je niets verkeerd gedaan. Of je het gevoel van schuld geven, dat je niet zou moeten hebben.
  • Je kunt het gevoel hebben dat je niet wilt dat anderen weten hoe het bij jou thuis gaat.
  • Je krijgt misschien geen hulp met je huiswerk of andere dingen die je nodig hebt.

 

2.1 Jij bent niet verantwoordelijk!

Het kan moeilijk zijn om te weten wat je moet doen wanneer iemand die dichtbij jou staat, zich niet goed voelt. Je kunt het gevoel hebben dat het jouw verantwoordelijkheid is om te zorgen voor degene die zich niet goed voelt. Maar je hoeft niet te veel verantwoordelijkheid op je te nemen als je dat niet wilt. Ook zou je niet voor je broers en zussen hoeven te zorgen of boodschappen doen en koken, voor volwassenen die dit niet kunnen. Het is belangrijk dat je het aan iemand vertelt, als je dit wel doet. Je kan ondersteuning krijgen als het moeilijk is thuis.

Het is niet roddelen of teleurstellend voor je familie als je met iemand praat die jij vertrouwt. Door dit te doen help je zowel jezelf als je naasten.

2.2 Het is nooit jouw schuld!

Iemand die zich niet goed voelt, kan zich soms op een manier gedragen die niet oké is. De person kan zeggen dat jij irritant bent of moeilijk om mee om te gaan en dat hij/zij zich daarom slecht voelt. Maar het is nooit jouw schuld als iemand in je omgeving zich psychisch niet goed voelt.

2.3 Je hebt recht op een fijne tijd

Het is belangrijk dat je aan jezelf denkt. Jij hebt het recht om je goed te voelen, ook al voelt iemand anders zich slecht. Je kan laten zien dat je om de zieke person geeft. Maar je zou ook moeten doen wat goed voelt voor jou en wat belangrijk is voor jou.

Een paar tips:

  • Praat met iemand over hoe dingen zijn. Bijvoorbeeld en familielid, een ouder van een vriend of een leraar.
  • Doe iedere dag iets wat jij leuk vindt.
  • Blijf contact houden met vrienden en andere mensen.
  • Probeer er voor te zorgen dat je genoeg tijd hebt voor jouw hobbies, vrienden, studie of bijbaantje. Je zou niet zo veel verantwoordelijkheid moeten hebben dat je niet genoeg tijd hebt voor je eigen leven.
  • Probeer om af en toe weg te gaan. Het is belangrijk om pauzes te krijgen van moeilijke dingen en om te denken aan iets anders voor een tijdje. Bijvoorbeeld logeren bij een vriend of een bezoek brengen aan een familielid.
  • Probeer te denken aan goede herinneringen die je hebt met degene die zich niet goed voelt, vooral wanneer de persoon veel is veranderd.

2.3 Dicht bij iemand staan die geen hulp wil

Het betekent veel dat je, als naaste familielid, er bent voor diegene die zich slecht voelt. Dat je luistert, laat zien dat je om ze geeft en je ze hulp biedt, is belangrijk voor hen om zich beter te voelen. Maar als de persoon zelf geen behandeling wil ontvangen, kun je hem waarschijnlijk niet zover krijgen.

Het kan voor jou ook een lastige situatie zijn. Probeer de wensen van de persoon te respecteren. Wat je wel kan doen is blijven praten met de persoon over zijn/haar welzijn. Maak het af en toe opnieuw bespreekbaar, op een ongedwongen manier.

2.3 Je hebt het recht op hulp

Je hebt het recht om je veilig thuis te voelen. Een moeilijke situatie kan worden veranderd, maar jij hoeft het niet alleen toe doen. Bijvoorbeeld je huisarts of contact met mensen van Kopstoring.nl kunnen je hierbij helpen.

Je kunt ook praten met de professionals die jouw ouder of verzorger helpt, als hij/zij behandeling ontvangt. Deze mensen hebben een speciale verantwoordelijkheid om jou te helpen als jij een ouder of verzorger hebt die zich slecht voelt. Ze kunnen naar je luisteren en proberen om jouw vragen te beantwoorden. Ze zullen ook proberen om je te helpen als je er naar vraagt, of je vertellen waar jij en je familie ondersteuning kunnen krijgen.

Er zijn veel jonge mensen die met een volwassene wonen die zich psychisch ziek voelt. Het voelt vaak goed om met anderen te praten die een zelfde soort thuis situatie hebben. Er zijn groepen voor jonge mensen die met iemand samen wonen die zich psychisch ziek voelt. Je kunt deze groepen vinden via de gemeente, steunpunten, sommige psychiatrische klinieken of via Kopstoring.nl.

Je hebt het recht om informatie te krijgen die jij begrijpt

Iedereen die hulp krijgt, kan vragen stellen aan een dokter of therapeut als er iets is wat ze niet begrijpen. Vraag of je de informatie op papier kunt krijgen, zodat je het in alle rust nog eens kan nalezen.

Eetstoornis

  1. Algemene informatie over eetstoornissen

Er zijn verschillende soorten eetstoornissen, bijvoorbeeeld:

Anorexia, dit betekent een strak dieet, fasten of uithongeren, vaak in combinatie met veel sporten en bang zijn om aan te komen. Mensen met anorexia hebben een ander beeld van hun lichaam en gewicht dan hoe andere mensen hen zien.

Boulimia, dit houdt in dat mensen zo snel mogelijk hun pas gegeten voedsel kwijt proberen te raken door over te geven of laxeermiddelen te gebruiken.

Binge eet stoornis, dit betekent periodes van heel veel eten, maar zonder te proberen om het eten weer kwijt te raken. Binge Eating leidt tot overgewicht.

Selectieve eetstoornis, wanneer iemand het meeste voedsel vermijdt en alleen een kleine selectie van producten eet.

Eetstoornissen ontwikkelen zich meestal over een langere periode. Dit maakt het soms moeilijk om te ontdekken als je de persoon veel ziet. Het is ook gebruikelijk voor de persoon met de eetstoornis om zijn/haar problemen te verbergen. Dit doen ze vaak deels omdat ze niet willen praten over hun gedachtes en deels omdat eetstoornissen niet altijd zichtbaar zijn van de buitenkant. Soms lijkt het alsof de persoon zich goed voelt en voelt hij of zij niet dat er een probleem is. Dit is vaak het geval bij anorexia.

1.1 Eetstoornissen kunnen ontwikkelen bij zowel man/vrouw en op alle leeftijden

De meeste mensen die anorexia krijgen, worden ziek tijdens de tiener jaren. Maar het kan ook op jongere of oudere leeftijd voorkomen. De ziekte bulimia komt meestal op latere leeftijd voor, vanaf 20 jaar en ouder. Maar een eetstoornis kan op iedere leeftijd en bij zowel mannen als vrouwen voorkomen.

Er zijn verschillende signalen dat iemand een eetstoornis heeft. Wanneer je dichtbij iemand staat waarvan je denkt dat hij/zij een risico heeft op het ontwikkelen van een eetstoornis, is het goed om alert te zijn op veranderingen of nieuwe gewoontes.

1.2 Snel gewichtsverlies

Vaak begint een eetstoornis met veel gewichtsverlies. Dat is het moment waarop je merkt bij je naaste, wanneer er iets positief is gebeurd. De persoon kan een ongewoon goed humeur hebben en vol van energie zijn.

Als de omgeving reageert met het bevestigen van het gewichtsverlies, kan het de persoon aanmoedigen om het lage gewicht te blijven voortzetten.

1.3 Intensieve training

Intensief sporten en focus op verbetering, kunnen ook een aanwijzing zijn dat iemand een eetstoornis ontwikkelt.

Een persoon die gewicht verliest of intensief sport, kan sneller geïrriteerd zijn dan normaal. Ze kunnen zich ook vaker rillerig voelen en zijn gevoeliger voor kou dan gewoonweg.

1.4 Veranderd eetpatroon

Wanneer je ziet dat een naaste nieuwe eetgewoontes heeft ontwikkeld en bijvoorbeeld gewone maaltijden vermijdt, kan het goed zijn om te vragen waarom ze hun gewoontes hebben veranderd.

Als een persoon regels opstelt rondom eten, kan dit ook een teken zijn dat ze veel denken over hun gewicht en eetpatroon. Bijvoorbeeld het mijden van suiker en vet, vegetarisch of veganistisch gaan eten.

1.5 Behandeling

Iedereen met een eetstoornis kan verschillende soorten hulp krijgen. Welke hulp de persoon krijgt, hangt af van hoeveel en hoe lang ze de eetstoornis hebben gehad en wat er voor achterliggende problemen zijn. Ze kunnen indien nodig voor andere problemen worden behandeld.

1.6 Hulp die goed voelt, werkt het beste

Het is belangrijk dat de persoon die de hulp krijgt, vertrouwen in de therapeut heeft, zodat de hulp kan werken. Vraag om een ander indien het niet goed voelt.

 

  1. Wat kun je doen als iemand in je omgeving een eetstoornis heeft?

Het is normaal dat je schrikt of bang wordt als je ontdekt dat iemand om wie jij geeft een eetstoornis heeft. Er is veel wat je kan doen om de persoon te helpen. Je kunt vragen stellen, luisteren en laten zien dat jij om hem/haar geeft en wilt helpen. Om in staat te zijn om iemand te kunnen helpen, moet je eerst voor je zelf zorgen.

 

2.1 Laat zien dat je om de persoon geeft.

Je kan niet de problemen van je naaste oplossen maar je kan hem/haar ondersteunen en helpen door er alleen al te zijn voor de persoon met eetstoornis. Bereid zijn om te luisteren kan al een goede manier zijn om te laten zien dat je om de persoon geeft.

Iedereen die een eetstoornis heeft, kan zich eenzaam voelen. Het feit dat iemand luistert en probeert te begrijpen, kan het makkelijker maken voor de persoon om met de volgende stappen om van de eetstoornis af te komen, om te gaan

Door te laten zien dat je je zorgen maakt en het aanmoedigen van je naaste om hulp te zoeken, kun je je naaste ondersteunen bij het aanpakken van de eetstoornis. Je kunt bijvoorbeeld meegaan naar een centrum voor eetstoornissen en support geven voor, tijdens en na de behandeling.

2.2 Probeer de oorzaken te begrijpen

Er zijn vaak verschillende redenen waarom een persoon en eetstoornis ontwikkelt. Hoe gaat de persoon om met moeilijke gevoelens en gedachtes? Een eetstoornis kan voor de persoon een afleiding zijn om op zoek te gaan naar andere manieren om met emoties om te gaan en problemen op te lossen. In dat geval kan het goed zijn om er over te praten. Vraag er naar en laat zien dat je om de persoon geeft en dat je tijd hebt om te luisteren naar zijn/haar antwoorden.

2.3 Neem pauzes van zorgen en doe dingen samen

Een ding wat belangrijk is, is pauzes nemen van zorgen. Doe leuke dingen samen, met familie of vrienden. Wat doe je graag samen? Wat waardeerde je eerder aan de persoon?

Probeer manieren te vinden waarop iedereen kan ontspannen en samen een leuke tijd kan hebben, zelfs als de persoon niet vrij is geweest van zijn eetstoornis. Probeer de eetstoornis je leven niet te veel te laten beheersen.

2.4 Meestal is meer hulp nodig

Als naaste kan het moeilijk zijn om iemand te helpen om weer gezond te worden. Meestal is er ook hulp nodig van iemand die voor zijn werk mensen met dit soort problemen helpt.

Je kunt je dierbaren altijd steunen door bijvoorbeeld uit te zoeken welke hulp beschikbaar is. Vertel ons wat je vindt. Vraag of ze willen dat je op een andere manier helpt

2.5 Dicht bij iemand staan die geen hulp wil

Het betekent veel dat je, als naaste familielid, er bent voor diegene die zich slecht voelt. Dat je luistert, laat zien dat je om ze geeft en je ze hulp biedt, is belangrijk voor hen om zich beter te voelen. Maar als de persoon zelf geen behandeling wil ontvangen, kun je hem waarschijnlijk niet zover krijgen.

Dit geldt ook voor mensen die jonger zijn dan 18 jaar. Het kan een hele moeilijke situatie voor je zijn. Probeer de wens van de persoon te respecteren. Wat je kunt doen, is blijven praten over hoe het gaat.

2.6 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die een eetstoornis heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die de eetstoornis heeft er helemaal niet over wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Beroerte

  1. Algemene informatie over een beroerte

Beroerte is een verzamelnaam voor hersenschade veroorzaakt door een bloedstolsel of een bloeding in de hersenen. Een beroerte leidt tot zuurgebrek in de hersenen, wat betekent dat je plotseling verschillende functies verliest, zoals spraak, beweging, gevoel en visie. Het kan levensbedreigend zijn en daarom is onmiddellijke zorg vereist in ziekenhuizen.

De meeste mensen die een beroerte krijgen, zijn ouder dan 65 jaar, maar jongere mensen kunnen er ook een krijgen.

Symptomen

De FAST-test (Face Arm Speech Time) is een snelle test om een beroerte bij iemand te herkennen.

  • Face (gezicht): vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een beroerte.
  • Arm (arm): vraag aan de persoon om beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de handpalm naar boven. Als een arm wegzakt of zwaait kan dit duiden op een beroerte. Het beste is Het beste is om de persoon te vragen daarbij de ogen te sluiten. Dit voorkomt dat hij visueel gaat corrigeren als een arm begint weg te zakken.
  • Speech (spraak): vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken is opgetreden. Als de persoon onduidelijk begon te spreken of niet meer uit zijn woorden kon komen, kan dit duiden op een beroerte.
  • Time (tijd): tijdstip van ontstaan van de klachten.
    Doet minimaal één van deze verschijnselen zich voor, handel dan direct en bel 112. Hoe eerder een cva behandeld wordt, hoe meer kans op herstel. Geef ook door aan 112 hoe laat de verschijnselen begonnen.

Het is normaal om problemen te ondervinden na een beroerte, zoals een blijvende verlamming, maar dit verschilt van persoon tot persoon. Daarnaast leidt een strook soms tot depressie en moeite met het controleren van emoties. Met hulp van gezondheidzorg en revalidatie kunnen velen beter worden of nieuwe manieren vinden om dingen te doen.

  1. Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die een beroerte heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die de beroerte heeft er helemaal niet over wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

  

ADHD

  1. Algemene informatie over ADHD

ADHD onderscheidt zich op verschillende manieren door verschillende mensen. ADHD kan bijvoorbeeld moeilijkheden geven in concentreren en mensen met ADHD kunnen snel afgeleid zijn in drukke omgevingen. Het kan moeilijk zijn om alles bij te houden en dingen voor elkaar te krijgen. Om erachter te komen of iemand ADHD heeft, moet hij/zij door een arts worden onderzocht en getest. Als iemand ADHD heeft, bestaat er genoeg hulp om het dagelijks leven beter te laten werken.

ADHD is een aangeboren en erfelijke afwijking die jouw concentratievermogen en je gedrag beïnvloedt. Het kan ook invloed hebben op hoe actief en intens je bent als persoon.

Iedereen met ADHD is anders. ADHD heeft niets te maken met intelligentie.

1.1 Hinder in het dagelijks leven

ADHD is een zogenaamde neuro psychiatrische afwijking, wat betekent dat er in het dagelijks leven verschillende problemen kunnen zijn. Een veel voorkomend probleem is makkelijk afgeleid worden in drukke of chaotische omgevingen. Daarnaast hebben mensen vaak moeite om aan bepaalde taken te beginnen als ze zich niet gemotiveerd voelen of dat ze het juist lastig vinden om bepaalde taken af te maken. Om de diagnose ADHD te krijgen dienen de problemen al lang te bestaan en veroorzaken deze in het dagelijks leven zoveel hinder dat het een handicap veroorzaakt. De hinder die iemand ondervindt, worden ook vaakopgemerkt in de omgeving, zowel thuis als op het werk of op school.

1.2 Bij ieder mens anders

Sommige mensen met ADHD vinden het moeilijk om hun impulsen te beheersen en tegelijkertijd met verschillende dingen bezig te zijn of hebben moeite om stil te zitten. Anderen zijn weer passiever en vinden het moeilijk om met een taak te beginnen. Daarnaast kunnen sommigen extravert en sociaal zijn, terwijl anderen meer introvert zijn.

Als ADHD’er kan het moeilijk zijn om instructies op te volgen en aandacht te schenken aan dingen waar ze niet in geïnteresseerd zijn. Daartegenover staat dat ze vaak wel goed zijn in dingen diez e leuk en interessant vinden.

1.3 Leven met ADHD

Het hebben van een neuropsychiatrische diagnose zoals ADHD betekent niet dat er iets mis is met iemand, maar dat hij/zij een andere manier van werken hebt dan wat vaak wordt verwacht in de samenleving. Dit betekent dat hij/zij in het dagelijks leven verschillende problemen kan ondervinden, omdat de samenleving zo is gestructureerd op een manier die niet bij iedereen past.

Vanwege de hinder die hij/zij kan ondervinden, wordt het een handicap genoemd. Zelfs als het hele manier van zijn, ook gunstig voor hem/haar kan zijn. Daarom wordt het ook wel een andere manier van functioneren noemen.

1.4 Een persoon is altijd meer dan de diagnose kan vertellen

ADHD kan verschillende moeilijkheden met zich meebrengen, afhankelijk van persoonlijkheid en de levenssituatie waarin iemand zich bevindt. Bijvoorbeeld: problemen die iemand als kind had, kunnen in de loop van de tijd zijn veranderd en als volwassene heeft hij/zij misschien geleerd om te gaan met dat wat hij/zij dacht dat toen het moeilijkst was.

Iemand zijn/haar persoonlijkheid, temperament, kwaliteiten, waarden en interesses hebben ook invloed op hoe iemand is en werkt. De diagnose kan daarom slechts gedeeltelijk beschrijven wie iemand is. Persoonlijkheid is altijd complexer dan kan worden verklaard doordat iemand op een andere manier functioneert.

2.6 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die ADHD heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die ADHD heeft er helemaal niet over wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

  1. Algemene informatie over Autisme

Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is een collectieve naam voor verschillende types en niveaus van autisme. Autisme is een ontwikkeling neurologische handicap die de manier waarop de hersenen omgaan met informatie beïnvloedt. Autisme wordt vaak ontdekt tijdens de kindertijd. Het is gebruikelijk dat kinderen met autisme het moeilijk vinden om te reageren op aanmoediging vanuit hun omgeving. De mate van handicap verschilt sterk van persoon tot persoon. Het is gebruikelijk dat mensen met autisme tegelijkertijd een verstandelijke beperking hebben. Autisme komt ook voor bij psychische of lichamelijke aandoeningen. Het woord autisme wordt ook gebruikt voor andere diagnoses binnen het autismespectrum, waaronder ASS / syndroom van Asperger.

1.1 Symptomen

Bij autisme bij kinderen en volwassenen, ondervindt men problemen op twee gebieden:

  • Beperkingen op sociale interactie en communicatie
  • Repetitief gedrag en beperkingen van interesses en activiteiten.

Zorgverleners of naaste familieleden van een kind met autisme, ontdekken vaak tijdens het eerste levensjaar dat het kind niet reageert op contactpogingen die jonge kinderen meestal doen. Het komt ook vaak voor dat kinderen met autisme geen interesse hebben om met leeftijdsgenoten samen te zijn en met elkaar te spelen.

1.2 De behoefte aan ondersteuning

Het is belangrijk om zo snel mogelijk gepaste ondersteuning te krijgen. In dat geval kunnen de symptomen verminderd worden en kan het in de toekomst voor het kind makkelijker zijn om een ​​zelfstandig leven te leiden. Wat voor soort ondersteuning een kind met autisme dient te krijgen en in welke mate, varieert sterk. Dit hangt bijvoorbeeld af van de vraag of het kind naast autisme nog andere problemen heeft en hoe hinderlijk de handicap is.

Hoe eerder het kind hulp krijgt, hoe makkelijker het voor het kind is om nieuwe dingen te leren. Het is belangrijk om geen overdreven eisen te stellen die het kind niet kan waarmaken. Dan kan het kind nieuwe problemen ondervinden en zich daardoor slechter voelen.

1.3 Een rustige, geordende en voorspelbare omgeving is belangrijk

Kinderen met autisme hebben vaak moeite met het verwerken van indrukken. Het kind heeft een rustige en voorspelbare omgeving om hem heen nodig.

1.4 Nieuwe vaardigheden leren

Mensen met autisme hebben hulp nodig om vaardigheden te ontwikkelen en nieuwe dingen te leren. Bijvoorbeeld:

  • De persoon heeft mogelijk ondersteuning nodig om iets met anderen te doen.
  • De persoon heeft mogelijk hulp nodig om zich uit te spreken en zijn behoeften te uiten.
  • De persoon heeft mogelijk hulp nodig om lichaamstaal te gebruiken.
  • Door te spelen kan het kind oefenen met het omgaan met anderen.

Sommige mensen hebben mogelijk een intensievere training nodig. Gewoonlijk kan een therapeut een strategie helpen bedenken over welke vaardigheden vooral belangrijk zijn voor het een persoon om op te oefenen.

2.6 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die autisme heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die autisme heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Dementie

  1. Algemene informatie over dementie

Dementie betekent dat het is moeilijk is om op verschillende manieren dingen te onthouden en de omgeving op een juiste manier te interpreteren. Het kan zijn dat men een dementieonderzoek moet ondergaan, als iemand ziek is, is er veel hulp beschikbaar. De meest voorkomende vorm van dementie is Alzheimer waarbij bepaalde eiwitten zich ophopen in de zenuwcellen op meerdere plaatsen in het brein.

 

1.1 Symptomen van Alzheimer

De eerste symptomen van Alzheimer zijn het ondervinden van problemen met het geheugen en een veranderde perceptie van tijd. Andere symptomen zijn onder andere dat je het moeilijk kunt vinden om op woorden te komen en kunnen mensen zich angstig, depressief en onverschillig voelen.

Het is gebruikelijk en het komt vaak voor dat mensen zich bewust zijn van hun moeilijkheden en zich daarom terugtrekken en contact met anderen vermijden

Andere eerste symptomen zijn dat mensen het moeilijk vinden om een tv programma te volgen en de context te begrijpen wanneer ze een krant lezen. Ze kunnen moeite hebben om alleen te zijn, ook kortere periodes. Dit komt omdat ze niet kunnen beoordelen hoe lang een familielid weg is.

1.2 Moeite met dagelijkse taken

Later in het ziektestadium wordt het moeilijker om praktische taken uit te voeren, zoals het betalen van rekeningen, het plannen van boodschappen, winkelen, koken of alleen reizen. Veel mensen met Alzheimer vinden het moeilijk om zichzelf te herkennen en te vinden, eerst vooral buitenshuis maar later ook in hun eigen huis.

Uiteindelijk kunnen ze het moeilijker gaan vinden om zichzelf te onderhouden (douchen). Soms kunnen mensen met Alzheimer agressief en achterdochtig raken.

Wanneer ze problemen hebben met onthouden en redeneren, kunnen ze een ander idee krijgen van hoe dingen zich verhouden tot de buitenwereld.

1.3 Alzheimer en andere geheugenproblemen

Het is gebruikelijk om op hogere leeftijd een slechter geheugen te krijgen, hierdoor kan het moeilijk zijn om te beoordelen of iemand alleen vergeetachtig is of dat hij/zij de ziekte van Alzheimer heeft. Het is vrij zeldzaam dat mensen jonger dan 50 jaar de ziekte van Alzheimer hebben.

Wanneer iemand geheugenproblemen heeft, kan het bijzonder moeilijk zijn om alledaagse gebeurtenissen te onthouden, zoals waar je je sleutels hebt gelaten. Stress, slaapproblemen, depressie en hoge werkdruk kunnen het geheugen tijdelijk schaden.

Door de medische onderzoeken die worden uitgevoerd, kan een arts vroegtijdig bepalen of de geheugenproblemen te wijten zijn aan de ziekte van Alzheimer.

1.4 Verwardheid – extreme belasting van de hersenen

Plotselinge verwardheid kan in sommige gevallen worden veroorzaakt doordat de hersenen worden blootgesteld aan extreme stress door tijdelijk zuurstofgebrek of lichamelijk ongemak zoals een infectie, bloedarmoede of pijn. Andere oorzaken kunnen grote veranderingen in het leven zijn, zoals een verhuizing.

De manier van functioneren van de hersenen is verstoord en het wordt moeilijk om helder te denken, spreken, begrijpen en omgaan met het dagelijks leven. Het komt vaak voor bij ouderen, maar het is vooral gebruikelijk als je al een hersenziekte hebt, zoals dementie. Dit kan dan worden opgemerkt door het feit dat men plotseling verslechtert in functies die men gewoonlijk beheert en meer verward lijkt dan voorheen.

Nacht kan gewoon dag worden en het is moeilijk om je op één ding tegelijk te concentreren. Velen lopen gewoon rond of praten onsamenhangend. Soms kun je hallucineren, als je denkt dingen te zien of horen die er niet echt zijn.

2.6 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die dementie heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die dementie heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

Dyslexie

  1. Algemene informatie over Dyslexie

Bij dyslexie is het moeilijk om te leren lezen en woorden te spellen. Het is vaak erfelijk en kan op jonge leeftijd worden ontdekt. Met de juiste ondersteuning en hulp kunnen velen met dyslexie goed functioneren.

1.1 Symptomen

Dyslexie kan op verschillende manieren voorkomen. Vaak is er sprake van problemen met zowel gesproken als geschreven taal. De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Moeite hebben om verschillende geluiden in de taal waar te nemen en te onderscheiden
  • Langzaam lezen en vastlopen op woorden of fouten maken.
  • Woorden of het laatste deel van het woord weglaten tijdens het lezen. Daarnaast de letters ook in woorden omzetten.
  • Onduidelijk schrijven en/of letters vergeten.
  • Moeiten om correct te spellen.
  • Moeite met reeksen, bijvoorbeeld bij de getallen in een vermenigvuldiging-tabel, de maanden van een jaar of de letters van het alfabet.
  • Vermijden van langere, moeilijkere woorden.
  • Het is moeilijker om informatie te lezen dan te horen.

 

Verstandelijke beperking – Ontwikkelingsstoornis

  1. Algemene informatie over een verstandelijke beperking?

Een verstandelijke beperking betekent dat een persoon een verminderde intelligentie heeft en ook een slechter vermogen op ten minste twee van de volgende drie gebieden:

  • Theoretisch vermogen, daaronder wordt verstaan; hoe je moet lezen, schrijven, rekenen en andere dingen die op school worden geleerd.
  • Sociale vaardigheden, zoals hoe je tijd kunt doorbrengen met anderen.
  • Praktisch vermogen, hoe om te gaan met dagelijkse activiteiten zoals eten, wassen en aankleden.

1.1 Drie niveaus van een verstandelijke beperking bij volwassenen

Een lichte verstandelijke beperking betekent dat je de meeste dingen zelf kunt doen, maar hulp nodig hebt bij bepaalde praktische dingen, zoals het beheren van financiën.

In het geval van een matige intellectuele handicap kan men meestal dingen spreken en begrijpen die eenvoudig zijn en betrekking hebben op het dagelijks leven. Deze mensen hebben de steun nodig van mensen die ervoor zorgen dat ze zich goed voelen en helpen met bijvoorbeeld voedsel, kleding, tijden en financiën.

Mensen met een ernstige verstandelijke beperking, kunnen niet praten, maar laten zien wat ze voelen en wat ze willen met hun lichaam, stem en gezichtsuitdrukking. Ze hebben hulp nodig van mensen die hun begrijpen.

1.2 Intellectuele handicaps zijn geen ziekten

Intellectuele handicap betekent dat het moeilijk is om abstract te denken, dat wil zeggen het vermogen om berekeningen te maken en consequenties in je gedachten te bedenken. Het duurt langer om verschillende dingen te leren en te begrijpen. Er is echter dezelfde behoefte aan veiligheid en liefde.

Trainingen en mogelijkheden om nieuwe ervaringen op te doen, betekenen dat de persoon met een verstandelijke beperking kan verbeteren wat hij kan en hoe hij op verschillende gebieden kan deelnemen.

Intellectuele handicap is geen lichamelijke of geestelijke ziekte. Het kan niet worden genezen, maar men kan de handicap compenseren met goede routines en soms met hulpmiddelen.

1.3 Syndroom van Down

Er zijn veel verschillende oorzaken van intellectuele handicaps, zoals chromosomale afwijkingen. De meest voorkomende en bekendste chromosoomafwijking die leidt tot een verstandelijke beperking is het syndroom van Down. Mensen met het syndroom van Down hebben vaak een milde of matige intellectuele handicap.

Als men het syndroom van Down heeft, worden meestal andere organen en systemen in het lichaam aangetast. Het is heel gebruikelijk om hartfalen, visuele beperkingen, gehoorverlies te hebben en men kan daarnaast gevoelig zijn voor infecties. Aangeboren hartafwijkingen worden meestal vroeg geopereerd.

  1. Wat kan je doen als iemand in je omgeving een verstandelijke beperking heeft?

Veel kinderen met een verstandelijke beperking hebben moeite met spelen met andere kinderen, broers en zussen. Dit kan zijn omdat ze niet de bekwaam genoeg zijn om bij een leeftijdsgenoot te zijn, het ontbreekt hen bijvoorbeeld aan het vermogen om interesse in de ander te tonen, te luisteren en aandacht te tonen of regels te begrijpen en te volgen.

2.6 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die dementie heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die dementie heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Multiple Sclerosis

Multiple sclerosis (MS) is een ziekte van het centrale zenuwstelsel, oftewel de hersenen en het ruggenmerg. Het centrale zenuwstelsel is onderdeel van het totale zenuwstelsel: alle zenuwen in ons lichaam.

Symptomen

Er zijn verschillende vormen van MS en de symptomen variëren, afhankelijk van waar de laesies van het zenuwstelsel zitten. Klachten komen en gaan, soms verdwijnen ze een tijd, om later weer terug te komen. De meest voorkomende symptomen bij MS zijn; zintuigelijke stoornissen, tremor, moeite met lopen en het vinden van het evenwicht, problemen met de ogen, moeite met het controleren van de blaas, stijfheid van de spieren, vermoeidheid, depressie, geheugen problemen en pijn.

Behandeling

Er is (nog) geen behandeling die er voor zorgt dat mensen genezen van MS. Er zijn echter wel verschillende soorten behandelingen die er voor zorgen dat mensen met MS een goede kwaliteit van leven behouden voor vele jaren.

Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die MS heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die MS heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS)

ALS is een ernstige ziekte van het zenuwstelsel waarbij spieren geleidelijk dunner en minder krachtig worden. Dit krachtverlies kan voorkomen in de armen en benen, maar ook in die spieren die gebruikt worden om te praten of te slikken.

Symptomen

De eerste symptomen zijn vaak nog niet zo duidelijk of ernstig. Het varieert van persoon tot persoon. Patiënten komen doorgaans met vage klachten bij de huisarts, zoals onhandigheid, het minder goed articuleren of moeite krijgen met lopen. Ook kunnen patiënten merken dat ze vaker struikelen, zich verslikken of meer moeite krijgen met het dichtmaken van knoopjes. De meest voorkomende symptomen van ALS zijn:

  • zwakker wordende spieren met als gevolg het uitvallen van armen of benen;
  • stijfheid, spierkramp en vermindering van kracht;
  • moeite met opstaan, lopen en draaibewegingen;
  • vermindering van spraak en slikvermogen met longontsteking tot gevolg;
  • angst en somberheid;
  • hangen van het hoofd door verminderde werking van de nekspieren;
  • moeilijk ademhalen.

De oorzaak van ALS is niet bekend en de ziekte kan (nog) niet worden genezen, maar een aantal symptomen kunnen wel worden behandeld.

 Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die ALS heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die ALS heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.

 

Ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson heeft invloed op het controleren van beweging en evenwicht. De oorzaak van de ziekte is (nog) niet volledig duidelijk.

Symptomen

De klachten van mensen met ziekte van Parkinson zijn verschillend. Voor geen enkele persoon is dit hetzelfde. Voorbeelden van symptomen zijn:

  • Trillen (tremor) van de handen, benen, kin of tong
  • Trager worden van bewegingen (bradykinesie), moeite met starten van bewegingen (akinesie) en ontbreken van automatische bewegingen (hypokinesie)
  • Stijfheid van de spieren (rigiditeit)
  • Houdings- en evenwichtsproblemen en soms vallen bij langer bestaan van de ziekte
  • ‘Bevriezen’ van de benen tijdens lopen (freezing), waardoor het lijkt alsof de voeten aan de vloer blijven plakken

Met de juiste behandeling, is de levensverwachting van iemand met de ziekte van Parkinson vergelijkbaar met iemand anders uit dezelfde samenleving.

Wat kan ik zelf voor hulp krijgen?

Als jonge mantelzorger heb je misschien ook ondersteuning nodig. Dicht bij iemand staan die dementie heeft, kan zwaar aanvoelen en veel gevoelens voor jou als naaste opwekken. Het is normaal om je machteloos te voelen. Dat je laat zien dat je om hem/haar geeft, betekent veel. Je doet je best.

Het kan moeilijk zijn om iemand anders te steunen als je zelf erg bezorgd, bang of verdrietig bent. Daarom is kan het goed zijn om zelf hulp te zoeken.

Praat met iemand als je niet zeker weet wat je moet doen. Zorg dat je ook altijd met iemand praat, indien de persoon die dementie heeft er helemaal niet over kan of wil praten. Erover praten kan je ook helpen meer mogelijke oplossingen voor het probleem te zien.