Uit loyaliteit, onwetendheid of angst om ‘zielig’ gevonden te worden, lopen jongeren doorgaans niet met hun zorgen te koop. Ze willen niet lastig zijn of willen hun ouders niet nog meer problemen bezorgen. Meestal is de situatie geleidelijk ontstaan en vinden ze de thuissituatie normaal.

Hoe herken je een jonge mantelzorger

Heb oog voor de betrokken kinderen en jongeren bij de zorgvragers waar je een intake doet of die je ondersteunt. Een jonge mantelzorger is gewend dat het om de zorgvrager draait en dat daar ook vaak naar gevraagd wordt. Ga eens met hen in gesprek en vraag hoe het met hen gaat. Toon belangstelling en vermijd aannames.

Signalen die mogelijk kunnen wijzen op overbelasting bij jonge mantelzorgers:

  • lichamelijke en emotionele klachten zoals stress, zorgen, vermoeidheid, onbegrip, angst en depressieklachten;
  • veranderende schoolprestaties;
  • motivatie- en concentratieproblemen;
  • weinig tijd voor schoolwerk;
  • studievertraging;
  • minder tijd voor vrienden/vriendinnen, sport, school/studie en hobby’s;
  • missen emotionele steun;
  • te veel verantwoordelijkheid thuis;
  • te weinig aandacht en ruimte voor eigen problemen;
  • ontbreken van openheid.

Dé jonge mantelzorger bestaat niet…

De term “jonge mantelzorger” wordt gebruikt voor kinderen en jongeren die opgroeien met de zorg voor of zorgen over een naaste met een zorgsituatie. Hoewel niet iedereen zich hierin herkent, helpt de term om de impact van deze situaties op hun leven te erkennen. Kortom, iemand is de term niet maar mag de term gebruiken om zijn of haar situatie te verklaren.

Onder de term vallen onder andere:

  • Brussen: broers en zussen van iemand met een chronische ziekte, beperking, psychische kwetsbaarheid of verslaving.
  • KOPP/KOV: Kinderen van Ouders met Psychische Problemen of een Verslaving.
  • KOVB: Kinderen van Ouders met een Verstandelijke Beperking.
  • Kinderen van ouders met een ernstige ziekte, lichamelijke beperking, of anderstalige ouders met zorgbehoefte.

Kinderen en jongeren kunnen tot meerdere van deze groepen behoren.

“We werden van jongs af aan opgevoed met waarden als zorgzaamheid en naastenliefde. Het was zelfs zo dat andere mensen vanuit onze gemeenschap naar ons toe kwamen voor hulp bij het vertalen van brieven of om als tolk mee te gaan naar afspraken. In eerste instantie besefte ik niet dat dit ook onder mantelzorg viel, omdat het voor mij een vanzelfsprekend onderdeel was van het helpen van anderen.”

Naznin

“Ik voelde dat het allemaal te veel werd. Kan ik het nog wel aan, zeg maar. Eerst dacht ik dat mijn moeder op een gegeven moment zou zeggen dat ik niets meer hoefde te regelen. Maar dat zag ik toch niet gebeuren. En toen begon ik mij meer zorgen te maken.”